الأنبياء

De Profeten

Al-Anbiyāʾ

Hoofdstuk: 21
Verzen: 112

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 21
Verzen 101-112 van 112

Houd voortgang bij!

Inloggen

Voorwaar, degenen aan wie het goede van Ons voorafgegaan is: zij zijn degenen die daar ver van gehouden worden. [101]

Zij zullen er geen geluid van horen. En in wat hun zielen verlangen zullen zij eeuwig levenden zijn. [102]

De grote verschrikking bedroeft hen niet en de Engelen zullen hun ontvangen (en zeggen:) "Dit is jullie dag, die jullie beloofd was. [103]

(Gedenk) de Dag waarop Wij de hemelen oprollen, zoals het oprollen van het perkament om op te schrijven: net zoals Wij de eerste schepping begonnen zullen Wij haar herhalen, als een belofte die Wij op Ons namen. Voorwaar, Wij zullen het doen. [104]

En voorzeker hebben Wij in de Zabôer geschreven, na de vermelding (in de Lauhoelmahfôezh), dat de aarde geërfd zal worden door Mijn rechtschapen dienaren. [105]

Voorwaar, in deze (Koran) is zeker een Boodschap voor een volk van aanbidders. [106]

En Wij hebben jou (O Moehammad) slechts gezonden als een barmhartigheid voor de werelden. [107]

Zeg: "Voorwaar, wat aan mij geopenbaard is, is dat jullie god één God is, zullen jullie je dan aan Hem onderwerpen?" [108]

Maar als zij zich afwenden, zeg dan: "Ik heb jullie opgeroepen tot hetzelfde en ik weet niet of wat jullie aangezegd is dichtbij of ver weg is. [109]

Voorwaar, Hij weet aat openlijk besproken wordt en Hij weet wat jullie verbergen. [110]

En ik wed niet of dit een beproeving voor jullie is en een tijdelijk genot." [111]

Zeg: "Mijn Heer, oordeel naar de Waarheid. En onze Heer, de Barmhartige, is Degene wiens hulp gevraagd wordt tegen wat jullie (Hem) toeschrijven." [112]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 101-112 van 112