ص

(de Arabische letter) Sad

Ṣād

Hoofdstuk: 38
Verzen: 88

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 38
Verzen 1-20 van 88

Houd voortgang bij!

Inloggen

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ

In naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle

Shâd. Bij de Koran, bezitter van eer. [1]

Maar degenen die ongelovig zijn., verkeren in eigendunk en opstandigheid. [2]

Hoeveelgeneraties vóór hen hebben Wij niet vernietigd, die toen (tot Ons) riepen. Die tijd was niet de tijd om te vluchten. [3]

En zij verbaasden zich dat er om waarschuwer uit hun midden tot hen was gekomen. En de ongelovigen zeiden: "Dit is een liegende tovenaar! [4]

Heeft hij de goden tot één God gernaakt? Voorwaar, dit is zeker een verbazingwekkend iets." [5]

En de vooranstaanden onder hen gingen weg (zeggend:) "Ga door en wees geduldig met (de aanbidding van) jullie goden. Voorwaar, dat (van Moehammad) is zeker iets dat (tegen jullie) bedoeld is. [6]

En wij hebben hierover niets gehoord in de laatste godsdienst. Dit is niets dan een verzinsel." [7]

Is aan hem uit Ons midden de Vermaning neergezonden? Nee! Zij verkeren in twijfel over Mijn Vermaning. Nee! Zij hebben de bestraffing nog niet geproefd. [8]

Of zijn bij ben de schatten van de Barmhartigheid van jouw Heer, de Almachtig, de Schenker? [9]

Of behoort aan hèn het koninkrijk van de hemelen en de aarde en wat daartussen is? Laten zij dan langs de ladders omhoog klimmen! [10]

Zij zijn daar niets anden dan het verslagen leger van de bondgenoten. [11]

Vóór hen loochende het volk van Nôeh, en (het volk van) de 'Âd en Fir'aun, de bezitter van de pinnen (macht). [12]

En de Tsamôed, het volk van Lôeth en de bewoners van Aikah. Zij zijn de bondgenoten. [13]

En er was niemand onder hen, of hij loochende de Boodschappers, zodat Mijn bestraffing bewaarheid word. [14]

En zij wachtten slechts op één enkele bliksemslag, die geen onderbreking kent. [15]

En zij zeggen: "Onze Heer, bespoedig voor ons ons deel (van de bestraffing) vóór de Dag des Oordeels." [16]

Weest geduldig mt wat zij zij zeggen, en gedenk Onze dienaar Dâwôed, de bezitter van kracht. Voorwaar, hij is de meest berouwtonende. [17]

En Wij maakten de bergen dienstbaar, die met hem de Glorie van Allah prezen in de avond en in de ochtend. [18]

En (ook) de verzamelde vogels, allen wendden zich voortdurend tot Hem. [19]

En Wij versterkten zi n koninkrijk en Wij gaven hem de wijsheid en de beslissende uitspraken. [20]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 1-20 van 88