المعارج

De Stijgende Trap(pen), De Hoogte

Al-Maʿārij

Hoofdstuk: 70
Verzen: 44

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 70
Verzen 1-20 van 44

Houd voortgang bij!

Inloggen

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ

In naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle

Een vraagsteller vroeg over een bestraffing die vallen zal. [1]

Voor de ongelovigen is er geen afweer tegen. [2]

(Die komt) van Allah, de Bezitter van de trappen. [3]

(Waarvandaan) de Engelen en de Geest (Djibrîl) tot Hem opstijgen in een dag waarvan de maat vijftigduizend jaren is. [4]

Volhard daarom geduldig op gepaste wijze. [5]

Voorwaar, zij zien haar (de bestraffing) van ver weg. [6]

Maar Wij zien haar van nabij. [7]

Op die Dag zal de hemel als gesmolten metaal zijn. [8]

En zullen de bergen als (vlokken) wol zijn. [9]

En geen trouwe vriend zal naar een (andere) trouwe vriend vragen. [10]

Zij kijken naar elkaar. De misdadiger zal wensen dat hij zich van de bestraffing van die Dag kan vrijkopen met zijn kinderen. [11]

En met zijn vrouw en zijn broeder. [12]

En zijn bloedverwanten die hem verzorgden. [13]

En (hij wenst dat) allen die er op aarde zijn hem dan redden. [14]

Nee, beslist niet! Voorwaar, zij is de Lazhâ (de Hel). [15]

Die de hoofdhuid wegrukt. [16]

Zij roept wie zijn rug toekeerde en zich afwendde. [17]

Die (rijkdommen) verzamelde en achterhield. [18]

Voorwaar, de mens is onstandvastig geschapen. [19]

Als het kwade hem treft is hij teneergeslagen. [20]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 1-20 van 44