الفجر

De Dageraad

Al-Fajr

Hoofdstuk: 89
Verzen: 30

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 89
Verzen 1-20 van 30

Houd voortgang bij!

Inloggen

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ

In naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle

Bij de dageraad. [1]

Bij de tien nachten. (De eerste tien dagen en nachten van de maand Dzoelhiddjah) [2]

Bij het even en het oneven. [3]

Bij de nacht wanneer hij voorbijgaat. [4]

Is daarin geen eed voor de bezitter van verstand? [5]

Heb jij niet vernomen hoe jouw Heer de 'Âd heeft behandeld? [6]

Van de stad Iram met zijn zuilen? [7]

Zoals nog nooit een stad is geschapen in de landen? [8]

En de Tsamôed die de rotsen uithieuwen in de vallei? [9]

En Fir'aun, de bezitter van de pinnen? [10]

Degenen die overtraden in het land? [11]

En daarin veelvuldig verderf zaaiden? [12]

Toen deed jouw Heer de gesel van de bestraffing op hen neerdalen. [13]

Voorwaar, jouw Heer is zeker waakzaam. [14]

Wat de mens betreft, wanneer zijn Heer hem op de proef stelt en hem aanzien geeft en hem genietingen schenkt, dan zegt hij: "Mijn Heer heeft mij geëerd." [15]

Maar wanneer Hij hem beproeft, en dan zijn voorzieningen beperkt, dan zegt hij: "Mijn Heer heeft mij vernederd." [16]

Nee! Jullie ondersteunen immers de wees niet. [17]

En jullie sporen elkaar niet aan tot het voeden van de behoeftigen. [18]

En jullie verteren het erfdeel inhalig. [19]

En jullie beminnen het bezit met overdreven liefde. [20]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 1-20 van 30