الشعراء
De Dichters
Ash-Shuʿarāʾ
Vertaler: Sofian S. Siregar
Taal: Nederlands
Bron: tanzil.net/trans
Houd voortgang bij!
InloggenToen de tovenaars kwamen, zeiden zij tot Fir'aun: "Krijgen we zeker een beloning, als wij de overwinnaars zijn?" [41]
Hij zei: "Ja, jullie zullen dan tot de (mij) nabijen behoren." [42]
Môesa zei tot hen: "Werpt maar wat jullie te werpen hebben." [43]
Toen wierpen zij hun touwen en staven neer, terwijl zij zeiden: "Bij de eer van Fir'aun: voorwaar, wij zullen zeker de overwinnaars zijn." [44]
Toen wierp Môesa zijn staf neer, en toen verslond zij wat zij met hun bedrog hadden gemaakt. [45]
Toen wierpen de tovenaan zich neer, knielend. [46]
Zij zeiden: "Wij geloven in de Heer der Werelden. [47]
De Heer van Môesa en Hârôen." [48]
Hij (Fir'aun) zei: "Geloven jullie hem voordat ik jullie toestemming geef? Voorwaar, hij is zeker jullie meerdere die jullie de tovenarij onderwees. En spoedig zullen jullie het weten: ik zal jullie handen en jullie voeten aan tegenovergestelde kanten afhakken en ik zal jullie allen kruisigen." [49]
Zij (de tovenaars) zeiden: "Het deert (ons) niet. Voorwaar, wij zullen naar onze Heer terugkeren. [50]
Voorwaar, wij verlangen dat Hij onze fouten vergeeft, omdat wij de eersten van de gelovigen zijn." [51]
En wij openbaarden aan Môesa: "Reis in de nacht met Mijn dienaren: voorwaar, jullie zullen achtervolgd worden." [52]
Toen stuurde Fir'aun bijeenroepers de steden in. [53]
"Diegenen zijn zeker een kleine groep. [54]
En voorwaar, zij hebben ons woedend gemaakt. [55]
En voorwaar, wij zijn zeker allen voorzichtig." [56]
Toen verdreven Wij hen van de tuinen en bronnen. [57]
En de schatten en eervolle plaatsen. [58]
Zo was het; en Wij deden de Kinderen van Israël het erven. [59]
Toen achtervolgden zij hen bij zonsopgang. [60]