الشعراء

De Dichters

Ash-Shuʿarāʾ

Hoofdstuk: 26
Verzen: 227

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 26
Verzen 61-80 van 227

Houd voortgang bij!

Inloggen

En toen de twee groepen elkaar zagen, zeiden de metgezellen van Môesa: "Voorwaar, wij worden zeker bereikt!" [61]

Hij (Môesa) zei: "Zeker niet voorwaar, mijn Heer is met mij, Hij zal mij lieden." [62]

Toen openbaarden Wij aan Môesa: "Sla de zee met jouw staf." Toen spleet de zee en elk gedeelte was als een geweldige berg. [63]

En Wij deden de anderen daar dichtbij komen. [64]

En wij redden Môesa en allen die bij hem waren. [65]

Vervolgens verdronken Wij de anderen. [66]

Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen. [67]

En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige. [68]

En lees hun de geschiedenis van Ibrâhîm voor. [69]

(Gedenk) toen hij tot zijn vader en zijn volk zei: "Wat aanbidden jullie?" [70]

Zij zeiden: "Wij aanbidden afgoden en wij zullen hen blijven aanbidden." [71]

Hij (Ibrâhîm) zei: "Horen zij jullie, wanneer jullie hen aanroepen? [72]

Of brengen zij jullie voordeel of berokkenen zij jullie nadeel? [73]

Zij zeiden. "Wij vonden dat zelfs onze vaderen zo deden." [74]

Hij (Ibrâhîm) zei: "Hebben jullie dain gezien wat jullie plegen te aanbidden? [75]

Jullie en jullie vaderen die voorafgingen? [76]

Voorwaar, zij zijn een vijand voor mij, (ik aanbid niemand) behalve de Heer der Werelden. [77]

Degene Die mij geschapen heeft, Hij leidt mij. [78]

En Hij is Degene Die mij voedt en Die mij te drinken geeft. [79]

En wanneer ik ziek ben, is Hij het Die mij geneest. [80]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 61-80 van 227