الشعراء
De Dichters
Ash-Shuʿarāʾ
Vertaler: Sofian S. Siregar
Taal: Nederlands
Bron: tanzil.net/trans
Houd voortgang bij!
InloggenEn toen de twee groepen elkaar zagen, zeiden de metgezellen van Môesa: "Voorwaar, wij worden zeker bereikt!" [61]
Hij (Môesa) zei: "Zeker niet voorwaar, mijn Heer is met mij, Hij zal mij lieden." [62]
Toen openbaarden Wij aan Môesa: "Sla de zee met jouw staf." Toen spleet de zee en elk gedeelte was als een geweldige berg. [63]
En Wij deden de anderen daar dichtbij komen. [64]
En wij redden Môesa en allen die bij hem waren. [65]
Vervolgens verdronken Wij de anderen. [66]
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen. [67]
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige. [68]
En lees hun de geschiedenis van Ibrâhîm voor. [69]
(Gedenk) toen hij tot zijn vader en zijn volk zei: "Wat aanbidden jullie?" [70]
Zij zeiden: "Wij aanbidden afgoden en wij zullen hen blijven aanbidden." [71]
Hij (Ibrâhîm) zei: "Horen zij jullie, wanneer jullie hen aanroepen? [72]
Of brengen zij jullie voordeel of berokkenen zij jullie nadeel? [73]
Zij zeiden. "Wij vonden dat zelfs onze vaderen zo deden." [74]
Hij (Ibrâhîm) zei: "Hebben jullie dain gezien wat jullie plegen te aanbidden? [75]
Jullie en jullie vaderen die voorafgingen? [76]
Voorwaar, zij zijn een vijand voor mij, (ik aanbid niemand) behalve de Heer der Werelden. [77]
Degene Die mij geschapen heeft, Hij leidt mij. [78]
En Hij is Degene Die mij voedt en Die mij te drinken geeft. [79]
En wanneer ik ziek ben, is Hij het Die mij geneest. [80]