يس

(de Arabische letters) Ya Sin

Yā Sīn

Hoofdstuk: 36
Verzen: 83

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَٰنِ الرَّحِيمِ

In naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle

1
Hoofdstuk 36 : Vers 1

يسٓ

Ya Sîn.

Transliteratie

Yaseen

2
Hoofdstuk 36 : Vers 2

وَٱلْقُرْءَانِ ٱلْحَكِيمِ

Bij de wijze Koran.

Transliteratie

Waalqurani alhakeemi

3
Hoofdstuk 36 : Vers 3

إِنَّكَ لَمِنَ ٱلْمُرْسَلِينَ

Voorwaar, jij (Mohammed) behoort zeker tot de gezanten.

Transliteratie

Innaka lamina almursaleena

4
Hoofdstuk 36 : Vers 4

عَلَىٰ صِرَٰطٍ مُّسْتَقِيمٍ

Op het rechte Pad.

Transliteratie

AAala siratin mustaqeemin

5
Hoofdstuk 36 : Vers 5

تَنزِيلَ ٱلْعَزِيزِ ٱلرَّحِيمِ

(Deze Koran) als een neerzending van de Almachtige, de Meest Barmhartige.

Transliteratie

Tanzeela alAAazeezi alrraheemi

6
Hoofdstuk 36 : Vers 6

لِتُنذِرَ قَوْمًا مَّآ أُنذِرَ ءَابَآؤُهُمْ فَهُمْ غَـٰفِلُونَ

Opdat jij een volk zal waarschuwen waarvan hun voorvaderen niet gewaarschuwd zijn, zodat zij achtelozen waren.

Transliteratie

Litunthira qawman ma onthira abaohum fahum ghafiloona

7
Hoofdstuk 36 : Vers 7

لَقَدْ حَقَّ ٱلْقَوْلُ عَلَىٰٓ أَكْثَرِهِمْ فَهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ

Voorzeker, het woord (van bestraffing) is tegen de meesten van hen bewaarheid omdat zij niet geloven.

Transliteratie

Laqad haqqa alqawlu AAala aktharihim fahum la yuminoona

8
Hoofdstuk 36 : Vers 8

إِنَّا جَعَلْنَا فِىٓ أَعْنَـٰقِهِمْ أَغْلَـٰلًا فَهِىَ إِلَى ٱلْأَذْقَانِ فَهُم مُّقْمَحُونَ

Voorwaar, Wij hebben om hun nekken ketenen gelegd en die reiken tot de kinnen, zodat hun hoofden opgeheven blijven.

Transliteratie

Inna jaAAalna fee aAAnaqihim aghlalan fahiya ila alathqani fahum muqmahoona

9
Hoofdstuk 36 : Vers 9

وَجَعَلْنَا مِنۢ بَيْنِ أَيْدِيهِمْ سَدًّا وَمِنْ خَلْفِهِمْ سَدًّا فَأَغْشَيْنَـٰهُمْ فَهُمْ لَا يُبْصِرُونَ

En Wij hebben vóór hen een hindernis geplaatst en achter hen een hindernis en Wij hebben hun ogen bedekt, zodat zij niet kunnen zien.

Transliteratie

WajaAAalna min bayni aydeehim saddan wamin khalfihim saddan faaghshaynahum fahum la yubsiroona

10
Hoofdstuk 36 : Vers 10

وَسَوَآءٌ عَلَيْهِمْ ءَأَنذَرْتَهُمْ أَمْ لَمْ تُنذِرْهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ

En het maakt geen verschil of jij hen waarschuwt of niet waarschuwt, zij geloven niet.

Transliteratie

Wasawaon AAalayhim aanthartahum am lam tunthirhum la yuminoona

11
Hoofdstuk 36 : Vers 11

إِنَّمَا تُنذِرُ مَنِ ٱتَّبَعَ ٱلذِّكْرَ وَخَشِىَ ٱلرَّحْمَـٰنَ بِٱلْغَيْبِ ۖ فَبَشِّرْهُ بِمَغْفِرَةٍ وَأَجْرٍ كَرِيمٍ

Voorwaar, jij kunt slechts waarschuwen wie de Vermaning volgt en de Erbarmer vreest, hoewel hij Hem niet kan waarnemen. Verkondig hem daarom de verheugende tijding van vergeving en een edele beloning.

Transliteratie

Innama tunthiru mani ittabaAAa alththikra wakhashiya alrrahmana bialghaybi fabashshirhu bimaghfiratin waajrin kareemin

12
Hoofdstuk 36 : Vers 12

إِنَّا نَحْنُ نُحْىِ ٱلْمَوْتَىٰ وَنَكْتُبُ مَا قَدَّمُوا۟ وَءَاثَـٰرَهُمْ ۚ وَكُلَّ شَىْءٍ أَحْصَيْنَـٰهُ فِىٓ إِمَامٍ مُّبِينٍ

Voorwaar, Wij zijn het Die de doden tot leven brengen en Wij schrijven op wat zij gedaan hebben en (ook) hun sporen. En alle zaken hebben Wij opgesomd in een duidelijk boek.

Transliteratie

Inna nahnu nuhyee almawta wanaktubu ma qaddamoo waatharahum wakulla shayin ahsaynahu fee imamin mubeenin

13
Hoofdstuk 36 : Vers 13

وَٱضْرِبْ لَهُم مَّثَلًا أَصْحَـٰبَ ٱلْقَرْيَةِ إِذْ جَآءَهَا ٱلْمُرْسَلُونَ

En geef hen een voorbeeld: de bewoners van de stad toen de gezanten tot haar kwamen.

Transliteratie

Waidrib lahum mathalan ashaba alqaryati ith jaaha almursaloona

14
Hoofdstuk 36 : Vers 14

إِذْ أَرْسَلْنَآ إِلَيْهِمُ ٱثْنَيْنِ فَكَذَّبُوهُمَا فَعَزَّزْنَا بِثَالِثٍ فَقَالُوٓا۟ إِنَّآ إِلَيْكُم مُّرْسَلُونَ

Toen Wij er twee tot hen zonden, waarop zij hen loochenden, toen versterkten Wij (hen) met een derde. Zij zeiden toen: "Voorwaar, wij zijn gezanten voor jullie."

Transliteratie

Ith arsalna ilayhimu ithnayni fakaththaboohuma faAAazzazna bithalithin faqaloo inna ilaykum mursaloona

15
Hoofdstuk 36 : Vers 15

قَالُوا۟ مَآ أَنتُمْ إِلَّا بَشَرٌ مِّثْلُنَا وَمَآ أَنزَلَ ٱلرَّحْمَـٰنُ مِن شَىْءٍ إِنْ أَنتُمْ إِلَّا تَكْذِبُونَ

Zij zeiden: "Jullie zijn slechts mensen zoals wij en de Erbarmer heeft niets neergezonden, jullie doen niets anders dan liegen."

Transliteratie

Qaloo ma antum illa basharun mithluna wama anzala alrrahmanu min shayin in antum illa takthiboona

16
Hoofdstuk 36 : Vers 16

قَالُوا۟ رَبُّنَا يَعْلَمُ إِنَّآ إِلَيْكُمْ لَمُرْسَلُونَ

Zij zeiden: "Voorwaar, onze Heer weet dat wij zeker gezanten voor jullie zijn.

Transliteratie

Qaloo rabbuna yaAAlamu inna ilaykum lamursaloona

17
Hoofdstuk 36 : Vers 17

وَمَا عَلَيْنَآ إِلَّا ٱلْبَلَـٰغُ ٱلْمُبِينُ

En onze taak is slechts het overbrengen van de duidelijke verkondiging.

Transliteratie

Wama AAalayna illa albalaghu almubeenu

18
Hoofdstuk 36 : Vers 18

قَالُوٓا۟ إِنَّا تَطَيَّرْنَا بِكُمْ ۖ لَئِن لَّمْ تَنتَهُوا۟ لَنَرْجُمَنَّكُمْ وَلَيَمَسَّنَّكُم مِّنَّا عَذَابٌ أَلِيمٌ

Zij zeiden: "Voorwaar, wij zien een kwaad lot in jullie, als jullie dan niet ophouden, dan zullen wij jullie zeker stenigen en dan zal jullie zeker een pijnlijke bestraffing van ons treffen."

Transliteratie

Qaloo inna tatayyarna bikum lain lam tantahoo lanarjumannakum walayamassannakum minna AAathabun aleemun

19
Hoofdstuk 36 : Vers 19

قَالُوا۟ طَـٰٓئِرُكُم مَّعَكُمْ ۚ أَئِن ذُكِّرْتُم ۚ بَلْ أَنتُمْ قَوْمٌ مُّسْرِفُونَ

Zij zeiden: "Jullie kwade lot ligt bij jullie zelf, is het omdat jullie vermaand worden? Nee, jullie zijn een buitensporig volk."

Transliteratie

Qaloo tairukum maAAakum ain thukkirtum bal antum qawmun musrifoona

20
Hoofdstuk 36 : Vers 20

وَجَآءَ مِنْ أَقْصَا ٱلْمَدِينَةِ رَجُلٌ يَسْعَىٰ قَالَ يَـٰقَوْمِ ٱتَّبِعُوا۟ ٱلْمُرْسَلِينَ

En uit het verste gedeelte van de stad kwam een man aangesneld, die zei: "O mijn volk, volgt de gezanten.

Transliteratie

Wajaa min aqsa almadeenati rajulun yasAAa qala ya qawmi ittabiAAoo almursaleena

21
Hoofdstuk 36 : Vers 21

ٱتَّبِعُوا۟ مَن لَّا يَسْـَٔلُكُمْ أَجْرًا وَهُم مُّهْتَدُونَ

Volgt hen die geen beloning van jullie vragen en rechtgeleiden zijn.

Transliteratie

IttabiAAoo man la yasalukum ajran wahum muhtadoona

22
Hoofdstuk 36 : Vers 22

وَمَا لِىَ لَآ أَعْبُدُ ٱلَّذِى فَطَرَنِى وَإِلَيْهِ تُرْجَعُونَ

En waarom zou ik niet Hem aanbidden Die mij heeft geschapen? En tot Hem worden jullie teruggekeerd.

Transliteratie

Wama liya la aAAbudu allathee fataranee wailayhi turjaAAoona

23
Hoofdstuk 36 : Vers 23

ءَأَتَّخِذُ مِن دُونِهِۦٓ ءَالِهَةً إِن يُرِدْنِ ٱلرَّحْمَـٰنُ بِضُرٍّ لَّا تُغْنِ عَنِّى شَفَـٰعَتُهُمْ شَيْـًٔا وَلَا يُنقِذُونِ

Hoe zou ik dan naast Hem goden kunnen nemen? Als de Barmhartige voor mij tegenspoed zou wensen, dan zou hun voorspraak mij niets baten en mij niet redden.

Transliteratie

Aattakhithu min doonihi alihatan in yuridni alrrahmanu bidurrin la tughni AAannee shafaAAatuhum shayan wala yunqithooni

24
Hoofdstuk 36 : Vers 24

إِنِّىٓ إِذًا لَّفِى ضَلَـٰلٍ مُّبِينٍ

Voorwaar, dan zou ik zeker in duidelijke dwaling verkeren.

Transliteratie

Innee ithan lafee dalalin mubeenin

25
Hoofdstuk 36 : Vers 25

إِنِّىٓ ءَامَنتُ بِرَبِّكُمْ فَٱسْمَعُونِ

Voorwaar, ik geloof in jullie Heer, luistert daarom."

Transliteratie

Innee amantu birabbikum faismaAAooni

26
Hoofdstuk 36 : Vers 26

قِيلَ ٱدْخُلِ ٱلْجَنَّةَ ۖ قَالَ يَـٰلَيْتَ قَوْمِى يَعْلَمُونَ

Er werd gezegd: "Treed het Paradijs binnen." Hij zei: "O wee, wist mijn volk maar.

Transliteratie

Qeela odkhuli aljannata qala ya layta qawmee yaAAlamoona

27
Hoofdstuk 36 : Vers 27

بِمَا غَفَرَ لِى رَبِّى وَجَعَلَنِى مِنَ ٱلْمُكْرَمِينَ

Wat mijn Heer mij heeft vergeven en mij tot één van de geëerden heeft gemaakt!"

Transliteratie

Bima ghafara lee rabbee wajaAAalanee mina almukrameena

28
Hoofdstuk 36 : Vers 28

وَمَآ أَنزَلْنَا عَلَىٰ قَوْمِهِۦ مِنۢ بَعْدِهِۦ مِن جُندٍ مِّنَ ٱلسَّمَآءِ وَمَا كُنَّا مُنزِلِينَ

En Wij hebben na hem geen leger (van engelen) uit de hemel tot zijn volk gezonden, en Wij zonden hen niet.

Transliteratie

Wama anzalna AAala qawmihi min baAAdihi min jundin mina alssamai wama kunna munzileena

29
Hoofdstuk 36 : Vers 29

إِن كَانَتْ إِلَّا صَيْحَةً وَٰحِدَةً فَإِذَا هُمْ خَـٰمِدُونَ

Het was slechts één bliksemslag en toen waren zij dood.

Transliteratie

In kanat illa sayhatan wahidatan faitha hum khamidoona

30
Hoofdstuk 36 : Vers 30

يَـٰحَسْرَةً عَلَى ٱلْعِبَادِ ۚ مَا يَأْتِيهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا كَانُوا۟ بِهِۦ يَسْتَهْزِءُونَ

Wat jammer voor de dienaren, er komt geen Boodschapper tot hen, of zij drijven de spot met hem.

Transliteratie

Ya hasratan AAala alAAibadi ma yateehim min rasoolin illa kanoo bihi yastahzioona

31
Hoofdstuk 36 : Vers 31

أَلَمْ يَرَوْا۟ كَمْ أَهْلَكْنَا قَبْلَهُم مِّنَ ٱلْقُرُونِ أَنَّهُمْ إِلَيْهِمْ لَا يَرْجِعُونَ

Weten zij dan niet hoeveel generaties vóór hen Wij vernietigd hebben? Zij zullen niet tot hun (wereldse levens) terugkeren.

Transliteratie

Alam yaraw kam ahlakna qablahum mina alqurooni annahum ilayhim la yarjiAAoona

32
Hoofdstuk 36 : Vers 32

وَإِن كُلٌّ لَّمَّا جَمِيعٌ لَّدَيْنَا مُحْضَرُونَ

En zij zullen allen bijelkaar bij Ons voorgeleiden zijn.

Transliteratie

Wain kullun lamma jameeAAun ladayna muhdaroona

33
Hoofdstuk 36 : Vers 33

وَءَايَةٌ لَّهُمُ ٱلْأَرْضُ ٱلْمَيْتَةُ أَحْيَيْنَـٰهَا وَأَخْرَجْنَا مِنْهَا حَبًّا فَمِنْهُ يَأْكُلُونَ

En een teken voor hen is de dode aarde die Wij tot leven doen komen en waaruit Wij graan voortbrengen waarvan zij eten.

Transliteratie

Waayatun lahumu alardu almaytatu ahyaynaha waakhrajna minha habban faminhu yakuloona

34
Hoofdstuk 36 : Vers 34

وَجَعَلْنَا فِيهَا جَنَّـٰتٍ مِّن نَّخِيلٍ وَأَعْنَـٰبٍ وَفَجَّرْنَا فِيهَا مِنَ ٱلْعُيُونِ

En Wij hebben daarin tuinen met dadelpalmen en druivenstruiken gemaakt en Wij hebben daarin bronnen doen ontspringen.

Transliteratie

WajaAAalna feeha jannatin min nakheelin waaAAnabin wafajjarna feeha mina alAAuyooni

35
Hoofdstuk 36 : Vers 35

لِيَأْكُلُوا۟ مِن ثَمَرِهِۦ وَمَا عَمِلَتْهُ أَيْدِيهِمْ ۖ أَفَلَا يَشْكُرُونَ

Opdat zij van haar vruchten eten en van wat hun handen hebben verricht. Zijn zij dan niet dankbaar?

Transliteratie

Liyakuloo min thamarihi wama AAamilathu aydeehim afala yashkuroona

36
Hoofdstuk 36 : Vers 36

سُبْحَـٰنَ ٱلَّذِى خَلَقَ ٱلْأَزْوَٰجَ كُلَّهَا مِمَّا تُنۢبِتُ ٱلْأَرْضُ وَمِنْ أَنفُسِهِمْ وَمِمَّا لَا يَعْلَمُونَ

Heilig is Degene Die al de soorten heeft geschapen die de aarde voortbrengt en uit henzelf en van wat zij niet weten.

Transliteratie

Subhana allathee khalaqa alazwaja kullaha mimma tunbitu alardu wamin anfusihim wamimma la yaAAlamoona

37
Hoofdstuk 36 : Vers 37

وَءَايَةٌ لَّهُمُ ٱلَّيْلُ نَسْلَخُ مِنْهُ ٱلنَّهَارَ فَإِذَا هُم مُّظْلِمُونَ

En een Teken voor hen is de nacht waarvan Wij de dag onttrekken, dan bevinden zij zich in de duisternis.

Transliteratie

Waayatun lahumu allaylu naslakhu minhu alnnahara faitha hum muthlimoona

38
Hoofdstuk 36 : Vers 38

وَٱلشَّمْسُ تَجْرِى لِمُسْتَقَرٍّ لَّهَا ۚ ذَٰلِكَ تَقْدِيرُ ٱلْعَزِيزِ ٱلْعَلِيمِ

En de zon loopt in haar vaste baan. Dat is de verordening van de Almachtige, de Alwijze.

Transliteratie

Waalshshamsu tajree limustaqarrin laha thalika taqdeeru alAAazeezi alAAaleemi

39
Hoofdstuk 36 : Vers 39

وَٱلْقَمَرَ قَدَّرْنَـٰهُ مَنَازِلَ حَتَّىٰ عَادَ كَٱلْعُرْجُونِ ٱلْقَدِيمِ

En Wij hebben voor de maan standen bepaald, zodat zij terugkeert als een oud sikkeltje van een dadeltros.

Transliteratie

Waalqamara qaddarnahu manazila hatta AAada kaalAAurjooni alqadeemi

40
Hoofdstuk 36 : Vers 40

لَا ٱلشَّمْسُ يَنۢبَغِى لَهَآ أَن تُدْرِكَ ٱلْقَمَرَ وَلَا ٱلَّيْلُ سَابِقُ ٱلنَّهَارِ ۚ وَكُلٌّ فِى فَلَكٍ يَسْبَحُونَ

Het is niet mogelijk dat de zon de maan bereikt en de nacht kan de dag niet inhalen. Allen bewegen in een kringloop.

Transliteratie

La alshshamsu yanbaghee laha an tudrika alqamara wala allaylu sabiqu alnnahari wakullun fee falakin yasbahoona

41
Hoofdstuk 36 : Vers 41

وَءَايَةٌ لَّهُمْ أَنَّا حَمَلْنَا ذُرِّيَّتَهُمْ فِى ٱلْفُلْكِ ٱلْمَشْحُونِ

En het is een Teken voor hen dat Wij hun nakomelingen dragen in een volgeladen schip.

Transliteratie

Waayatun lahum anna hamalna thurriyyatahum fee alfulki almashhooni

42
Hoofdstuk 36 : Vers 42

وَخَلَقْنَا لَهُم مِّن مِّثْلِهِۦ مَا يَرْكَبُونَ

En Wij hebben voor hen iets dat daarop lijkt geschapen, waarop zij rijden.

Transliteratie

Wakhalaqna lahum min mithlihi ma yarkaboona

43
Hoofdstuk 36 : Vers 43

وَإِن نَّشَأْ نُغْرِقْهُمْ فَلَا صَرِيخَ لَهُمْ وَلَا هُمْ يُنقَذُونَ

En als Wij willen, dan doen Wij hen verdrinken en dan zal er geen helper voor hen zijn, en zij zullen niet worden gered.

Transliteratie

Wain nasha nughriqhum fala sareekha lahum wala hum yunqathoona

44
Hoofdstuk 36 : Vers 44

إِلَّا رَحْمَةً مِّنَّا وَمَتَـٰعًا إِلَىٰ حِينٍ

Behalve als een genade van Ons, en als een gunst voor een vastgestelde tijd.

Transliteratie

Illa rahmatan minna wamataAAan ila heenin

45
Hoofdstuk 36 : Vers 45

وَإِذَا قِيلَ لَهُمُ ٱتَّقُوا۟ مَا بَيْنَ أَيْدِيكُمْ وَمَا خَلْفَكُمْ لَعَلَّكُمْ تُرْحَمُونَ

En wanneer tot hen wordt gezegd: "Vreest wat vóór jullie en wat achter jullie is, hopelijk zullen jullie begenadigd worden, (toen keerden zij zich af.)"

Transliteratie

Waitha qeela lahumu ittaqoo ma bayna aydeekum wama khalfakum laAAallakum turhamoona

46
Hoofdstuk 36 : Vers 46

وَمَا تَأْتِيهِم مِّنْ ءَايَةٍ مِّنْ ءَايَـٰتِ رَبِّهِمْ إِلَّا كَانُوا۟ عَنْهَا مُعْرِضِينَ

En er komt geen Teken tot hen, van de Tekenen van hun Heer, of zij wenden zich er van af.

Transliteratie

Wama tateehim min ayatin min ayati rabbihim illa kanoo AAanha muAArideena

47
Hoofdstuk 36 : Vers 47

وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ أَنفِقُوا۟ مِمَّا رَزَقَكُمُ ٱللَّهُ قَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لِلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَنُطْعِمُ مَن لَّوْ يَشَآءُ ٱللَّهُ أَطْعَمَهُۥٓ إِنْ أَنتُمْ إِلَّا فِى ضَلَـٰلٍ مُّبِينٍ

En wanneer tot hen wordt gezegd: "Geeft uit van waar Allah jullie mee voorzien heeft," dan zeggen degenen die ongelovig zijn tot degenen die gelovig zijn: "Zouden wij degenen voeden die Hij had kunnen voeden, als Allah het gewild had? Jullie verkeren slechts in duidelijke dwaling."

Transliteratie

Waitha qeela lahum anfiqoo mimma razaqakumu Allahu qala allatheena kafaroo lillatheena amanoo anutAAimu man law yashao Allahu atAAamahu in antum illa fee dalalin mubeenin

48
Hoofdstuk 36 : Vers 48

وَيَقُولُونَ مَتَىٰ هَـٰذَا ٱلْوَعْدُ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ

En zij zeggen: "Wanneer zal deze belofte vervuld worden, als jullie waarachtigen zijn?"

Transliteratie

Wayaqooloona mata hatha alwaAAdu in kuntum sadiqeena

49
Hoofdstuk 36 : Vers 49

مَا يَنظُرُونَ إِلَّا صَيْحَةً وَٰحِدَةً تَأْخُذُهُمْ وَهُمْ يَخِصِّمُونَ

Zij wachten op niets anders dan één enkele bliksemslag die hen grijpt terwijl zij redetwisten.

Transliteratie

Ma yanthuroona illa sayhatan wahidatan takhuthuhum wahum yakhissimoona

50
Hoofdstuk 36 : Vers 50

فَلَا يَسْتَطِيعُونَ تَوْصِيَةً وَلَآ إِلَىٰٓ أَهْلِهِمْ يَرْجِعُونَ

Dan kunnen zij (elkaar) niet raadplegen en zij kunnen niet tot hun familie terugkeren.

Transliteratie

Fala yastateeAAoona tawsiyatan wala ila ahlihim yarjiAAoona

51
Hoofdstuk 36 : Vers 51

وَنُفِخَ فِى ٱلصُّورِ فَإِذَا هُم مِّنَ ٱلْأَجْدَاثِ إِلَىٰ رَبِّهِمْ يَنسِلُونَ

En er wordt op de bazuin geblazen, daarop snellen zij uit de graven naar hun Heer.

Transliteratie

Wanufikha fee alssoori faitha hum mina alajdathi ila rabbihim yansiloona

52
Hoofdstuk 36 : Vers 52

قَالُوا۟ يَـٰوَيْلَنَا مَنۢ بَعَثَنَا مِن مَّرْقَدِنَا ۜ ۗ هَـٰذَا مَا وَعَدَ ٱلرَّحْمَـٰنُ وَصَدَقَ ٱلْمُرْسَلُونَ

Zij zeggen: "Wee ons! Wie heeft ons van onze rustplaatsen doen opstaan? Dat is wat de Barmhartige heeft aangezegd, en de Gezondenen hebben de waarheid gesproken."

Transliteratie

Qaloo ya waylana man baAAathana min marqadina hatha ma waAAada alrrahmanu wasadaqa almursaloona

53
Hoofdstuk 36 : Vers 53

إِن كَانَتْ إِلَّا صَيْحَةً وَٰحِدَةً فَإِذَا هُمْ جَمِيعٌ لَّدَيْنَا مُحْضَرُونَ

Het zal slechts één enkele bliksemslag zijn en dan zullen zij allen bij Ons voorgeleid worden.

Transliteratie

In kanat illa sayhatan wahidatan faitha hum jameeAAun ladayna muhdaroona

54
Hoofdstuk 36 : Vers 54

فَٱلْيَوْمَ لَا تُظْلَمُ نَفْسٌ شَيْـًٔا وَلَا تُجْزَوْنَ إِلَّا مَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ

Dan zal op deze Dag niemand onrecht aangedaan worden en jullie zullen slechts worden beloond voor wat jullie plachten te doen.

Transliteratie

Faalyawma la tuthlamu nafsun shayan wala tujzawna illa ma kuntum taAAmaloona

55
Hoofdstuk 36 : Vers 55

إِنَّ أَصْحَـٰبَ ٱلْجَنَّةِ ٱلْيَوْمَ فِى شُغُلٍ فَـٰكِهُونَ

Voorwaar, de bewoners van het Paradijs zullen op deze Dag bezig zijn te genieten.

Transliteratie

Inna ashaba aljannati alyawma fee shughulin fakihoona

56
Hoofdstuk 36 : Vers 56

هُمْ وَأَزْوَٰجُهُمْ فِى ظِلَـٰلٍ عَلَى ٱلْأَرَآئِكِ مُتَّكِـُٔونَ

Zij en hun echtgenotes zullen zich in schaduwen bevinden, op rustbanken leunend.

Transliteratie

Hum waazwajuhum fee thilalin AAala alaraiki muttakioona

57
Hoofdstuk 36 : Vers 57

لَهُمْ فِيهَا فَـٰكِهَةٌ وَلَهُم مَّا يَدَّعُونَ

Voor hen zijn er vruchten en voor hen is er wat zij verlangen.

Transliteratie

Lahum feeha fakihatun walahum ma yaddaAAoona

58
Hoofdstuk 36 : Vers 58

سَلَـٰمٌ قَوْلًا مِّن رَّبٍّ رَّحِيمٍ

"Salâm!" Een Woord van een Meest Barmhartige Heer.

Transliteratie

Salamun qawlan min rabbin raheemin

59
Hoofdstuk 36 : Vers 59

وَٱمْتَـٰزُوا۟ ٱلْيَوْمَ أَيُّهَا ٱلْمُجْرِمُونَ

Gaat op deze Dag (van de gelovigen) weg, O jullie misdadigers!

Transliteratie

Waimtazoo alyawma ayyuha almujrimoona

60
Hoofdstuk 36 : Vers 60

أَلَمْ أَعْهَدْ إِلَيْكُمْ يَـٰبَنِىٓ ءَادَمَ أَن لَّا تَعْبُدُوا۟ ٱلشَّيْطَـٰنَ ۖ إِنَّهُۥ لَكُمْ عَدُوٌّ مُّبِينٌ

Heb ik jullie, O kinderen van Adam, niet opgedragen om de Satan niet te dienen? Voorwaar, hij is voor jullie een duidelijke vijand.

Transliteratie

Alam aAAhad ilaykum ya banee adama an la taAAbudoo alshshaytana innahu lakum AAaduwwun mubeenun

61
Hoofdstuk 36 : Vers 61

وَأَنِ ٱعْبُدُونِى ۚ هَـٰذَا صِرَٰطٌ مُّسْتَقِيمٌ

En aanbidt Mij: dat is het rechte Pad.

Transliteratie

Waani oAAbudoonee hatha siratun mustaqeemun

62
Hoofdstuk 36 : Vers 62

وَلَقَدْ أَضَلَّ مِنكُمْ جِبِلًّا كَثِيرًا ۖ أَفَلَمْ تَكُونُوا۟ تَعْقِلُونَ

En voorzeker, hij heeft vele schepselen onder jullie doen dwalen. Gebruikten jullie je verstand dan niet?

Transliteratie

Walaqad adalla minkum jibillan katheeran afalam takoonoo taAAqiloona

63
Hoofdstuk 36 : Vers 63

هَـٰذِهِۦ جَهَنَّمُ ٱلَّتِى كُنتُمْ تُوعَدُونَ

Dit is de Hel waarvoor jullie gewaarschuwd plachen te worden.

Transliteratie

Hathihi jahannamu allatee kuntum tooAAadoona

64
Hoofdstuk 36 : Vers 64

ٱصْلَوْهَا ٱلْيَوْمَ بِمَا كُنتُمْ تَكْفُرُونَ

Gaat haar op deze Dag binnen wegens wat jullie plachten niet te geloven.

Transliteratie

Islawha alyawma bima kuntum takfuroona

65
Hoofdstuk 36 : Vers 65

ٱلْيَوْمَ نَخْتِمُ عَلَىٰٓ أَفْوَٰهِهِمْ وَتُكَلِّمُنَآ أَيْدِيهِمْ وَتَشْهَدُ أَرْجُلُهُم بِمَا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ

Op die Dag plaatsen Wij een zegel op hun monden, en hun handen zullen tot Ons spreken en hun voeten zullen getuigen over wat zij plachten te verrichten.

Transliteratie

Alyawma nakhtimu AAala afwahihim watukallimuna aydeehim watashhadu arjuluhum bima kanoo yaksiboona

66
Hoofdstuk 36 : Vers 66

وَلَوْ نَشَآءُ لَطَمَسْنَا عَلَىٰٓ أَعْيُنِهِمْ فَٱسْتَبَقُوا۟ ٱلصِّرَٰطَ فَأَنَّىٰ يُبْصِرُونَ

En als Wij gewild hadden, dan hadden Wij zeker het gezichtvermogen uitgewist van hun ogen, waarna zij een wedloop naar het Pad zouden houden, maar hoe zouden zij (dat) kunnen zien?

Transliteratie

Walaw nashao latamasna AAala aAAyunihim faistabaqoo alssirata faanna yubsiroona

67
Hoofdstuk 36 : Vers 67

وَلَوْ نَشَآءُ لَمَسَخْنَـٰهُمْ عَلَىٰ مَكَانَتِهِمْ فَمَا ٱسْتَطَـٰعُوا۟ مُضِيًّا وَلَا يَرْجِعُونَ

En als Wij gewild hadden, dan hadden Wij hun gestalten veranderd op hun plaatsen (van zondigheid), waarna zij niet weg zouden kunnen gaan en niet terug zouden gaan.

Transliteratie

Walaw nashao lamasakhnahum AAala makanatihim fama istataAAoo mudiyyan wala yarjiAAoona

68
Hoofdstuk 36 : Vers 68

وَمَن نُّعَمِّرْهُ نُنَكِّسْهُ فِى ٱلْخَلْقِ ۖ أَفَلَا يَعْقِلُونَ

En voor wie Wij de leeftijd verlengen doen Wij zijn lichaam verzwakken. Denken zij dan niet na?

Transliteratie

Waman nuAAammirhu nunakkishu fee alkhalqi afala yaAAqiloona

69
Hoofdstuk 36 : Vers 69

وَمَا عَلَّمْنَـٰهُ ٱلشِّعْرَ وَمَا يَنۢبَغِى لَهُۥٓ ۚ إِنْ هُوَ إِلَّا ذِكْرٌ وَقُرْءَانٌ مُّبِينٌ

En Wij hebben hem (Mohammed) het dichten niet onderwezen en het past hem niet. Het is niets dan een Vermaning en een duidelijke Koran.

Transliteratie

Wama AAallamnahu alshshiAAra wama yanbaghee lahu in huwa illa thikrun waquranun mubeenun

70
Hoofdstuk 36 : Vers 70

لِّيُنذِرَ مَن كَانَ حَيًّا وَيَحِقَّ ٱلْقَوْلُ عَلَى ٱلْكَـٰفِرِينَ

Opdat hij de levenden zal waarschuwen en opdat het Woord (van bestraffing) voor de ongelovigen bewaarheid wordt.

Transliteratie

Liyunthira man kana hayyan wayahiqqa alqawlu AAala alkafireena

71
Hoofdstuk 36 : Vers 71

أَوَلَمْ يَرَوْا۟ أَنَّا خَلَقْنَا لَهُم مِّمَّا عَمِلَتْ أَيْدِينَآ أَنْعَـٰمًا فَهُمْ لَهَا مَـٰلِكُونَ

Zien zij dan niet dat onder wat Onze Handen voor hen geschapen hebben het vee is, zodat zij daarvan bezitter zijn?

Transliteratie

Awalam yaraw anna khalaqna lahum mimma AAamilat aydeena anAAaman fahum laha malikoona

72
Hoofdstuk 36 : Vers 72

وَذَلَّلْنَـٰهَا لَهُمْ فَمِنْهَا رَكُوبُهُمْ وَمِنْهَا يَأْكُلُونَ

En Wij hebben het (vee) voor hen onderworpen, sommige berijden zij ervan en sommige eten zij.

Transliteratie

Wathallalnaha lahum faminha rakoobuhum waminha yakuloona

73
Hoofdstuk 36 : Vers 73

وَلَهُمْ فِيهَا مَنَـٰفِعُ وَمَشَارِبُ ۖ أَفَلَا يَشْكُرُونَ

En voor hen is er nut in en een (bron van) driken. Zijn zij dan niet dankbaar?

Transliteratie

Walahum feeha manafiAAu wamasharibu afala yashkuroona

74
Hoofdstuk 36 : Vers 74

وَٱتَّخَذُوا۟ مِن دُونِ ٱللَّهِ ءَالِهَةً لَّعَلَّهُمْ يُنصَرُونَ

En zij nemen naast Allah goden in de hoop dat zij geholpen zullen worden.

Transliteratie

Waittakhathoo min dooni Allahi alihatan laAAallahum yunsaroona

75
Hoofdstuk 36 : Vers 75

لَا يَسْتَطِيعُونَ نَصْرَهُمْ وَهُمْ لَهُمْ جُندٌ مُّحْضَرُونَ

Zij zijn niet in staat om hen te helpen, en zij (de veelgodenaanbidders) zijn voor hen een leger dat wordt voorgeleid.

Transliteratie

La yastateeAAoona nasrahum wahum lahum jundun muhdaroona

76
Hoofdstuk 36 : Vers 76

فَلَا يَحْزُنكَ قَوْلُهُمْ ۘ إِنَّا نَعْلَمُ مَا يُسِرُّونَ وَمَا يُعْلِنُونَ

Laten hun woorden jou daarom niet treurig maken: Voorwaar, Wij weten wat zij verbergen en wat zij openlijk doen.

Transliteratie

Fala yahzunka qawluhum inna naAAlamu ma yusirroona wama yuAAlinoona

77
Hoofdstuk 36 : Vers 77

أَوَلَمْ يَرَ ٱلْإِنسَـٰنُ أَنَّا خَلَقْنَـٰهُ مِن نُّطْفَةٍ فَإِذَا هُوَ خَصِيمٌ مُّبِينٌ

Ziet de mens niet dat Wij hem uit een druppel hebben geschapen? Toch is hij duidelijk een redetwister.

Transliteratie

Awalam yara alinsanu anna khalaqnahu min nutfatin faitha huwa khaseemun mubeenun

78
Hoofdstuk 36 : Vers 78

وَضَرَبَ لَنَا مَثَلًا وَنَسِىَ خَلْقَهُۥ ۖ قَالَ مَن يُحْىِ ٱلْعِظَـٰمَ وَهِىَ رَمِيمٌ

En hij geeft Ons een voorbeeld, terwijl hij vergeet hoe hij zelf geschapen is. Hij zei: "Wie doet de beenderen tot leven komen, terwijl ze gruis zijn?"

Transliteratie

Wadaraba lana mathalan wanasiya khalqahu qala man yuhyee alAAithama wahiya rameemun

79
Hoofdstuk 36 : Vers 79

قُلْ يُحْيِيهَا ٱلَّذِىٓ أَنشَأَهَآ أَوَّلَ مَرَّةٍ ۖ وَهُوَ بِكُلِّ خَلْقٍ عَلِيمٌ

Zeg: "Hij Die ze de eerste keer heeft doen ontstaan, Die zal ze doen leven. En Hij is de Kenner van de gehele schepping.

Transliteratie

Qul yuhyeeha allathee anshaaha awwala marratin wahuwa bikulli khalqin AAaleemun

80
Hoofdstuk 36 : Vers 80

ٱلَّذِى جَعَلَ لَكُم مِّنَ ٱلشَّجَرِ ٱلْأَخْضَرِ نَارًا فَإِذَآ أَنتُم مِّنْهُ تُوقِدُونَ

(Hij is) Degene Die voor jullie van de groene boom vuur heeft gemaakt. Waarna jullie er een vuur mee ontsteken."

Transliteratie

Allathee jaAAala lakum mina alshshajari alakhdari naran faitha antum minhu tooqidoona

81
Hoofdstuk 36 : Vers 81

أَوَلَيْسَ ٱلَّذِى خَلَقَ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ بِقَـٰدِرٍ عَلَىٰٓ أَن يَخْلُقَ مِثْلَهُم ۚ بَلَىٰ وَهُوَ ٱلْخَلَّـٰقُ ٱلْعَلِيمُ

Is Degene Die de hemelen en de aarde heeft geschapen niet bij machte om het gelijke ervan te scheppen? Zeker wel! En Hij is de Schepper, de Alwetende.

Transliteratie

Awalaysa allathee khalaqa alssamawati waalarda biqadirin AAala an yakhluqa mithlahum bala wahuwa alkhallaqu alAAaleemu

82
Hoofdstuk 36 : Vers 82

إِنَّمَآ أَمْرُهُۥٓ إِذَآ أَرَادَ شَيْـًٔا أَن يَقُولَ لَهُۥ كُن فَيَكُونُ

Voorwaar, wanneer Hij iets wil (scheppen), dan zegt hij er slechts tegen: "Wees," en het is.

Transliteratie

Innama amruhu itha arada shayan an yaqoola lahu kun fayakoonu

83
Hoofdstuk 36 : Vers 83

فَسُبْحَـٰنَ ٱلَّذِى بِيَدِهِۦ مَلَكُوتُ كُلِّ شَىْءٍ وَإِلَيْهِ تُرْجَعُونَ

Heilig is Degene in Wiens Hand de heerschappij over alle zaken is en tot Hem worden jullie teruggekeerd.

Transliteratie

Fasubhana allathee biyadihi malakootu kulli shayin wailayhi turjaAAoona

Hoofdstuk 36

Ya Sîn. [1]

Bij de wijze Koran. [2]

Voorwaar, jij (Mohammed) behoort zeker tot de gezanten. [3]

Op het rechte Pad. [4]

(Deze Koran) als een neerzending van de Almachtige, de Meest Barmhartige. [5]

Opdat jij een volk zal waarschuwen waarvan hun voorvaderen niet gewaarschuwd zijn, zodat zij achtelozen waren. [6]

Voorzeker, het woord (van bestraffing) is tegen de meesten van hen bewaarheid omdat zij niet geloven. [7]

Voorwaar, Wij hebben om hun nekken ketenen gelegd en die reiken tot de kinnen, zodat hun hoofden opgeheven blijven. [8]

En Wij hebben vóór hen een hindernis geplaatst en achter hen een hindernis en Wij hebben hun ogen bedekt, zodat zij niet kunnen zien. [9]

En het maakt geen verschil of jij hen waarschuwt of niet waarschuwt, zij geloven niet. [10]

Voorwaar, jij kunt slechts waarschuwen wie de Vermaning volgt en de Erbarmer vreest, hoewel hij Hem niet kan waarnemen. Verkondig hem daarom de verheugende tijding van vergeving en een edele beloning. [11]

Voorwaar, Wij zijn het Die de doden tot leven brengen en Wij schrijven op wat zij gedaan hebben en (ook) hun sporen. En alle zaken hebben Wij opgesomd in een duidelijk boek. [12]

En geef hen een voorbeeld: de bewoners van de stad toen de gezanten tot haar kwamen. [13]

Toen Wij er twee tot hen zonden, waarop zij hen loochenden, toen versterkten Wij (hen) met een derde. Zij zeiden toen: "Voorwaar, wij zijn gezanten voor jullie." [14]

Zij zeiden: "Jullie zijn slechts mensen zoals wij en de Erbarmer heeft niets neergezonden, jullie doen niets anders dan liegen." [15]

Zij zeiden: "Voorwaar, onze Heer weet dat wij zeker gezanten voor jullie zijn. [16]

En onze taak is slechts het overbrengen van de duidelijke verkondiging. [17]

Zij zeiden: "Voorwaar, wij zien een kwaad lot in jullie, als jullie dan niet ophouden, dan zullen wij jullie zeker stenigen en dan zal jullie zeker een pijnlijke bestraffing van ons treffen." [18]

Zij zeiden: "Jullie kwade lot ligt bij jullie zelf, is het omdat jullie vermaand worden? Nee, jullie zijn een buitensporig volk." [19]

En uit het verste gedeelte van de stad kwam een man aangesneld, die zei: "O mijn volk, volgt de gezanten. [20]

Volgt hen die geen beloning van jullie vragen en rechtgeleiden zijn. [21]

En waarom zou ik niet Hem aanbidden Die mij heeft geschapen? En tot Hem worden jullie teruggekeerd. [22]

Hoe zou ik dan naast Hem goden kunnen nemen? Als de Barmhartige voor mij tegenspoed zou wensen, dan zou hun voorspraak mij niets baten en mij niet redden. [23]

Voorwaar, dan zou ik zeker in duidelijke dwaling verkeren. [24]

Voorwaar, ik geloof in jullie Heer, luistert daarom." [25]

Er werd gezegd: "Treed het Paradijs binnen." Hij zei: "O wee, wist mijn volk maar. [26]

Wat mijn Heer mij heeft vergeven en mij tot één van de geëerden heeft gemaakt!" [27]

En Wij hebben na hem geen leger (van engelen) uit de hemel tot zijn volk gezonden, en Wij zonden hen niet. [28]

Het was slechts één bliksemslag en toen waren zij dood. [29]

Wat jammer voor de dienaren, er komt geen Boodschapper tot hen, of zij drijven de spot met hem. [30]

Weten zij dan niet hoeveel generaties vóór hen Wij vernietigd hebben? Zij zullen niet tot hun (wereldse levens) terugkeren. [31]

En zij zullen allen bijelkaar bij Ons voorgeleiden zijn. [32]

En een teken voor hen is de dode aarde die Wij tot leven doen komen en waaruit Wij graan voortbrengen waarvan zij eten. [33]

En Wij hebben daarin tuinen met dadelpalmen en druivenstruiken gemaakt en Wij hebben daarin bronnen doen ontspringen. [34]

Opdat zij van haar vruchten eten en van wat hun handen hebben verricht. Zijn zij dan niet dankbaar? [35]

Heilig is Degene Die al de soorten heeft geschapen die de aarde voortbrengt en uit henzelf en van wat zij niet weten. [36]

En een Teken voor hen is de nacht waarvan Wij de dag onttrekken, dan bevinden zij zich in de duisternis. [37]

En de zon loopt in haar vaste baan. Dat is de verordening van de Almachtige, de Alwijze. [38]

En Wij hebben voor de maan standen bepaald, zodat zij terugkeert als een oud sikkeltje van een dadeltros. [39]

Het is niet mogelijk dat de zon de maan bereikt en de nacht kan de dag niet inhalen. Allen bewegen in een kringloop. [40]

En het is een Teken voor hen dat Wij hun nakomelingen dragen in een volgeladen schip. [41]

En Wij hebben voor hen iets dat daarop lijkt geschapen, waarop zij rijden. [42]

En als Wij willen, dan doen Wij hen verdrinken en dan zal er geen helper voor hen zijn, en zij zullen niet worden gered. [43]

Behalve als een genade van Ons, en als een gunst voor een vastgestelde tijd. [44]

En wanneer tot hen wordt gezegd: "Vreest wat vóór jullie en wat achter jullie is, hopelijk zullen jullie begenadigd worden, (toen keerden zij zich af.)" [45]

En er komt geen Teken tot hen, van de Tekenen van hun Heer, of zij wenden zich er van af. [46]

En wanneer tot hen wordt gezegd: "Geeft uit van waar Allah jullie mee voorzien heeft," dan zeggen degenen die ongelovig zijn tot degenen die gelovig zijn: "Zouden wij degenen voeden die Hij had kunnen voeden, als Allah het gewild had? Jullie verkeren slechts in duidelijke dwaling." [47]

En zij zeggen: "Wanneer zal deze belofte vervuld worden, als jullie waarachtigen zijn?" [48]

Zij wachten op niets anders dan één enkele bliksemslag die hen grijpt terwijl zij redetwisten. [49]

Dan kunnen zij (elkaar) niet raadplegen en zij kunnen niet tot hun familie terugkeren. [50]

En er wordt op de bazuin geblazen, daarop snellen zij uit de graven naar hun Heer. [51]

Zij zeggen: "Wee ons! Wie heeft ons van onze rustplaatsen doen opstaan? Dat is wat de Barmhartige heeft aangezegd, en de Gezondenen hebben de waarheid gesproken." [52]

Het zal slechts één enkele bliksemslag zijn en dan zullen zij allen bij Ons voorgeleid worden. [53]

Dan zal op deze Dag niemand onrecht aangedaan worden en jullie zullen slechts worden beloond voor wat jullie plachten te doen. [54]

Voorwaar, de bewoners van het Paradijs zullen op deze Dag bezig zijn te genieten. [55]

Zij en hun echtgenotes zullen zich in schaduwen bevinden, op rustbanken leunend. [56]

Voor hen zijn er vruchten en voor hen is er wat zij verlangen. [57]

"Salâm!" Een Woord van een Meest Barmhartige Heer. [58]

Gaat op deze Dag (van de gelovigen) weg, O jullie misdadigers! [59]

Heb ik jullie, O kinderen van Adam, niet opgedragen om de Satan niet te dienen? Voorwaar, hij is voor jullie een duidelijke vijand. [60]

En aanbidt Mij: dat is het rechte Pad. [61]

En voorzeker, hij heeft vele schepselen onder jullie doen dwalen. Gebruikten jullie je verstand dan niet? [62]

Dit is de Hel waarvoor jullie gewaarschuwd plachen te worden. [63]

Gaat haar op deze Dag binnen wegens wat jullie plachten niet te geloven. [64]

Op die Dag plaatsen Wij een zegel op hun monden, en hun handen zullen tot Ons spreken en hun voeten zullen getuigen over wat zij plachten te verrichten. [65]

En als Wij gewild hadden, dan hadden Wij zeker het gezichtvermogen uitgewist van hun ogen, waarna zij een wedloop naar het Pad zouden houden, maar hoe zouden zij (dat) kunnen zien? [66]

En als Wij gewild hadden, dan hadden Wij hun gestalten veranderd op hun plaatsen (van zondigheid), waarna zij niet weg zouden kunnen gaan en niet terug zouden gaan. [67]

En voor wie Wij de leeftijd verlengen doen Wij zijn lichaam verzwakken. Denken zij dan niet na? [68]

En Wij hebben hem (Mohammed) het dichten niet onderwezen en het past hem niet. Het is niets dan een Vermaning en een duidelijke Koran. [69]

Opdat hij de levenden zal waarschuwen en opdat het Woord (van bestraffing) voor de ongelovigen bewaarheid wordt. [70]

Zien zij dan niet dat onder wat Onze Handen voor hen geschapen hebben het vee is, zodat zij daarvan bezitter zijn? [71]

En Wij hebben het (vee) voor hen onderworpen, sommige berijden zij ervan en sommige eten zij. [72]

En voor hen is er nut in en een (bron van) driken. Zijn zij dan niet dankbaar? [73]

En zij nemen naast Allah goden in de hoop dat zij geholpen zullen worden. [74]

Zij zijn niet in staat om hen te helpen, en zij (de veelgodenaanbidders) zijn voor hen een leger dat wordt voorgeleid. [75]

Laten hun woorden jou daarom niet treurig maken: Voorwaar, Wij weten wat zij verbergen en wat zij openlijk doen. [76]

Ziet de mens niet dat Wij hem uit een druppel hebben geschapen? Toch is hij duidelijk een redetwister. [77]

En hij geeft Ons een voorbeeld, terwijl hij vergeet hoe hij zelf geschapen is. Hij zei: "Wie doet de beenderen tot leven komen, terwijl ze gruis zijn?" [78]

Zeg: "Hij Die ze de eerste keer heeft doen ontstaan, Die zal ze doen leven. En Hij is de Kenner van de gehele schepping. [79]

(Hij is) Degene Die voor jullie van de groene boom vuur heeft gemaakt. Waarna jullie er een vuur mee ontsteken." [80]

Is Degene Die de hemelen en de aarde heeft geschapen niet bij machte om het gelijke ervan te scheppen? Zeker wel! En Hij is de Schepper, de Alwetende. [81]

Voorwaar, wanneer Hij iets wil (scheppen), dan zegt hij er slechts tegen: "Wees," en het is. [82]

Heilig is Degene in Wiens Hand de heerschappij over alle zaken is en tot Hem worden jullie teruggekeerd. [83]