الصافات

De Zich Opstellenden

Aṣ-Ṣāffāt

Hoofdstuk: 37
Verzen: 182

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 37
Verzen 41-60 van 182

Houd voortgang bij!

Inloggen

Zij zijn degenen voor wie er een bekende voorziening is (het Paradijs). [41]

Vruchten. En zij zijn de geëerden. [42]

In Tuinen van Gelukzaligheid (het Paradijs). [43]

Op rustbanken tegenover elkaar. [44]

Onder hen wordt rondgegaan met een beker met Ma'in (van de bron van het Paradij). [45]

Helder wit, smakelijk voor de drinkers. [46]

Deze (drank) kent geen beneveling en zij worden er niet dronken van. [47]

En bij hen zijn schonen met ingetogen blikken, met mooie ogen. [48]

Als waren zij welbewaarde eieren. [49]

Zij wenden zich dan tot elkaar en stellen elkaar vragen. [50]

Een spreker onder hen zal zeggen: "Voorwaar, ik had een vriend. [51]

Hij zei (vroeger tegen mij): "Voorwaar, behoor jij tot hen die (de Opstanding) bevestigen? [52]

Als wij dan al dood zijn, en tot aarde en beenderen zijn geworden, zullen wij dan zeker worden beoordeld?"' [53]

Hij zei (tegen de anderen in hct Paradijs): "Hebben jullie (dit) gezien?" [54]

Toen keek hij en zag hem in het midden van Djahîm (de Hel). [55]

Hij zei: "Bij Allah, jij hebt mij bijna in het ongeluk gestort. [56]

En als er niet de genade van mijn Heer geweest was, dan zou ik zeker tot de voorgeleiden (voor de Hel) behoren. [57]

Zullen wij dan niet sterven? [58]

Naut ons eerste sterven? En zullen wij niet worden bestraft?" [59]

Voorwaar, dat is zeker de geweldige overwinning. [60]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 41-60 van 182