النجم

De Sterren

An-Najm

Hoofdstuk: 53
Verzen: 62

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 53
Verzen 1-20 van 62

Houd voortgang bij!

Inloggen

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ

In naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle

Bij de ster wanneer zij valt. [1]

Jullie metgezel (de Profeet) dwaalt niet en hij is niet misleid. [2]

En hij spreekt niet uit begeerte. [3]

Het is niets anders dan een Openbaring die aan hem geopenbaard is. [4]

Een machtige in kracht (Djibrîl) onderwees hem. [5]

Een bezitter van wijsheid, en hij (Djibrîl) verscheen (in zijn aardse vorm). [6]

En hij bevond zich aan de hoogste horizon. [7]

Daarna naderde hij en daalde neer. [8]

Zodat hij zich op een afstand van twee booglengten (van Moehammad) bevond, of dichterbij. [9]

Toen openbaarde Hij aan Zijn dienaar wat Hij openbaarde. [10]

Het hart (van de Profeet) loog niet over wat het zag. [11]

Willen jullie (veelgodenaanbidders) dan redetwisten over wat hij zag? [12]

En voorzeker, hij (Moehammad) heeft hem (Djibrîl) bij een andere neerdaling gezien. [13]

Bij Sidratilmoentaha. [14]

Daarbij is de Tuin van de Verblijfplaats (het Paradijs). [15]

Toen de Sidrah omhuld werd door wat hem omhulde. [16]

Zijn blik week niet en dwaalde niet. [17]

Voorzeker, hij heeft de grote Tekenen van zijn Heer gezien. [18]

Zien jullie (veelgodenaanbidders) dan al Lâta en al 'Oezza? [19]

En al Manât, de andere, de derde? [20]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 1-20 van 62