النجم

De Sterren

An-Najm

Hoofdstuk: 53
Verzen: 62

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 53
Verzen 21-40 van 62

Houd voortgang bij!

Inloggen

Zijn voor jullie de mannen en voor Hem de vrouwen? [21]

Dat zou een oneerlijke verdeling zijn. [22]

Het zijn alleen maar namen die jullie hebben verzonnen, jullie en jullie vaderen. Allah heeft daarover geen bewijs neergezonden. Zij volgen niets dan vermoedens en wat de zielen begeren. Voorzeker, er is tot hen van hun Heer de Leiding gekomen. [23]

Krijgt de mens (alles) wat hij verlangt? [24]

Aan Allah behoort het laatste (en het Hiernamaals) en het eerste (het wereldse leven). [25]

En hoeveel Engelen zijn er niet in de hemelen wier voorspraak niets baat, behalve nadat Allah toestemming geeft voor wie Hij wil en voor wie Hem behaagt? [26]

Voorwaar, degenen die niet geloven in het Hiernamaals geven de Engelen zeker vrouwelijke namen. [27]

Terwijl zij daarover geen kennis hebben, zij volgen niets dan vermoedens. En voorwaar, vermoedens baten niets tegen de Waarheid. [28]

Wend je daarom af (O Moehammad) van wie zich van Onze Vermaning heeft afgekeerd, en die niets wenst dan het wereldse leven. [29]

Dat is het doel van hun kennis. Voorwaar, jouw Heer weet beter wie van Zijn Weg is afgedwaald en wie de Leiding heeft aanvaard. [30]

En aan Allah behoort wat er in de hemelen en op de aarde is; opdat Hij degenen die kwaad verrichtten zal vergelden voor wat zij deden en opdat Hij degenen die goed deden zal belonen met het beste (het Paradijs). [31]

(Zij zijn) degenen die de grote zonden en zedeloosheden mijden, behalve (onvermijdbare) lichte fouten. Voorwaar, jouw Heer is alomvattend in de vergeving. Hij kent jullie beter: toen Hij jullie uit aarde voortbracht en toen jullie nog baby's waren in de schoten van jullie moeders. Prijst niet julliezelf; Hij weet het beter wie (Allah) vreest. [32]

Heb jij degene gezien die zich afkeert? [33]

En die weinig gaf en (daarna) ophield? [34]

Heeft hij kennis over het onwaarneembare, zodat hij ziet? [35]

Of is hij niet op de hoogte gebracht van wat in de geschriften van Môesa staat? [36]

En (de geschriften van) Ibrâhîm die trouw was? [37]

Dat geen enkele drager de zonden van een ander zal dragen? [38]

En dat de mens slechts dat krijgt waarnaar hij gestreefd hoeft? [39]

En dat hij (het resultaat van) zijn streven zal zien? [40]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 21-40 van 62