القيامة

De Wederopstanding

Al-Qiyāmah

Hoofdstuk: 75
Verzen: 40

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 75
Verzen 21-40 van 40

Houd voortgang bij!

Inloggen

En jullie besteden geen aandacht aan het Hiernamaals. [21]

Gezichten zullen op die Dag verlicht zijn. [22]

Naar hun Heer zullen zij zien. [23]

En gezichten zullen op die Dag duister zijn. [24]

Zij weten zeker dat een verpletterende ramp over hen zal worden gebracht. [25]

Nee, wanneer de (laatste) adem in de keel stokt. [26]

En er gezegd wordt: "Wie kan genezen?" [27]

En hij beseft dat het afscheid is gekomen. [28]

En de benen (in doodsangst) over elkaar liggen. [29]

Naar jouw Heer worden zij Die Dag gesleept. [30]

Hij geloofde (de Koran en de Boodschapper) niet, en hij verrichtte de shalât niet. [31]

Maar hij loochende en hij wendde zich af. [32]

Daarna ging hij naar zijn verwanten, hoogmoedig. [33]

Wee jou, wee! [34]

Nogmaals, wee jou, wee! [35]

Denkt de mens dat hij ongemoeid zal worden gelaten? [36]

Was hij niet eerst een druppel zaad dat werd uitgestort? [37]

En vervolgens een bloedklonter waarna Hij (hem) schiep en nauwkeurig vormde? [38]

Zo maakte Hij daarvan de twee geslachten, de man en de vrouw. [39]

Is Degene met zo'n macht niet in staat de doden tot leven te brengen? [40]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 21-40 van 40