النازعات

Zij die (de ziel) wegrukken (Engelen)

An-Nāziʿāt

Hoofdstuk: 79
Verzen: 46

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 79
Verzen 21-40 van 46

Houd voortgang bij!

Inloggen

Maar hij loochende en was ongehoorzaam. [21]

Vervolgens draaide hij zich om en vluchtte. [22]

Toen verzamelde hij (zijn tovenaars) en riep uit. [23]

En zei: "Ik ben jullie heer, de hoogste." [24]

En Allah greep hem met de bestraffing voor het eerste en het laatste (van wat hij zei)." [25]

Voorwaar, daarin is zeker onderricht voor wie (Allah) vreest. [26]

Is de schepping van jullie moeilijker dan die van de hemel die Hij gebouwd heeft? [27]

Hij verhief haar (de hemel) en vervolmaakte haar. [28]

En Hij maakte haar nacht duister en Hij maakte haar dag licht. [29]

En daarna spreidde Hij de aarde uit. [30]

En Hij bracht uit haar haar water en planten tevoorschijn. [31]

En Hij verstevigde de bergen. [32]

Als een voorziening voor jullie en voor jullie vee. [33]

Wanneer dan de overweldigende gebeurtenis plaatsvindt. [34]

Op die Dag zal de mens zich herinneren wat hij bedreef. [35]

En de Hel zal getoond worden aan wie ziet. [36]

Wat betreft degene die overtrad. [37]

En de voorkeur gaf aan het wereldse leven. [38]

Voorwaar, de Hel is de verblijfplaats! [39]

En wat betreft degene die de macht van zijn Heer vreesde en zijn ziel weerhield van slechte begeerten. [40]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 21-40 van 46