الشعراء
De Dichters
Ash-Shuʿarāʾ
Vertaler: Sofian S. Siregar
Taal: Nederlands
Bron: tanzil.net/trans
Houd voortgang bij!
Inloggenبِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ
In naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle
Tha Sîn Mîm. [1]
Dit zijn Verzen van het duidelijke Boek. [2]
Misschien zou jij jezelf vernietigen van verdriet omdat zij geen gelovigen zijn. [3]
Als Wij het gewenst hadden, hadden Wij een Teken uit de hemel tot hen doen neerdalen, zodat hun nekken ervoor gebogen bleven. [4]
Er komt geen nieuwe Vemaning van de Erbarmer tot hen, of zij wenden zich eman af. [5]
Voorzeker, zij loochenden, maar berichten over wat zij plachten te bespotten zullen tot hen komen. [6]
Kijken zij dan aiet naar de aarde, hoeveel Wij er van allerlei rijke soorten grwassen op doen groeien? [7]
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen. [8]
En voorwaar, jouw Heer: Hij is zeker de Almachtige, Meest Barmhartige. [9]
(Gedenk) toen jouw Heer Môesa opriep: "Ga naar het volk van de onrechtvaardigen. [10]
Het volk van Fir'aun, vrezen zij (Allah) niet? [11]
Hij (Môesa) zei: "Mijn Heer, ik ben bang dat zij mij loochenen. [12]
En dat mijn borst zich zal vernauwen en dat ik niet vloeiend zal spreken, zend daarom (de Engel) naar Hârôen. [13]
En zij hebben (een beschuldiging van) een misdaad tegen mij en ik ben bang dat zij mij zullen doden." [14]
Hij (Allah) zei: "Nee, gaat dus beiden met Onze Tekenen: voorwaar, Wij zijn met jullie, luisterend. [15]
Gaat daarom naar Fir'aun en zegt: "Voorwaar, wij zijn de Boodschappers van de Heer der Werelden. [16]
Zend de Kinderen van Israël met ons." [17]
Hij (Fir'aun) zei: "Hebben wij jou niet als een kind onder ons opgevoed en verbleef jij geen jaren van jouw leven onder ons? [18]
En jij deed wat jij deed en jij behooft tot de ondankbaren." [19]
Hij (Môesa) zei: "Ik heb dat gedaan toen ik tot de onnadenkenden behoorde. [20]