الصافات

De Zich Opstellenden

Aṣ-Ṣāffāt

Hoofdstuk: 37
Verzen: 182

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 37
Verzen 81-100 van 182

Houd voortgang bij!

Inloggen

Voorwaar, hij behoort tot Onze gelovip dienaren. [81]

Wij verdonken toen de anderen. [82]

En voorwaar, tot zijn groep behoorde zeker Ibrâhîm. [83]

(Gedenk) toen hij tot zijn Heer kwam met een zuiver hart. [84]

Toen hij tot zijn vader en zijn volk zei: "Wat aanbidden jullie? [85]

Wensen jullie als een verzinsel goden naast Allah? [86]

Wat stellen jullie je voor over de Heer der Werelden?" [87]

Hij keek toen een ogenblik naar de sterren. [88]

Hij zei toen: "Voorwaar, ik ben ziek." [89]

Toen wendden zij zich af, hem de rug toekerend. [90]

Toen ging hij heimelijk naar hun goden en zei: "Eten jullie (dit voedsel) niet? [91]

Wat is er met jullie dat jullie niet spreken?" [92]

Toen liep hij op hen toe en sloeg (hen) met de rechterhand. [93]

Daarop liepen zij (de veelgodenaanbidders) snel naar hem toe. [94]

Hij zei: "Aanbidden jullie wat jullie hebben uitgehouwen? [95]

Terwijl Allah jullie heeft geschapen en wat jullie maken." [96]

Zij zeiden: "Bouwt voor hem een bouwwerk (brandstapel) en werpt hem in liet laaiende vuur." [97]

Toen zij een list tegen hem wensten te beramen maakten Wij hen tot de allerlaagsten. [98]

En hij zei (toen hun pogingen mislukt waren): "Ik wend mij tot mijn Heer, Hij zal mij leiden. [99]

Mijn Heer, schenk mij (een zoon) van de rechtschapenen." [100]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 81-100 van 182