الصافات

De Zich Opstellenden

Aṣ-Ṣāffāt

Hoofdstuk: 37
Verzen: 182

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 37
Verzen 141-160 van 182

Houd voortgang bij!

Inloggen

Toen lootte hij (om een plaats erop) en bij behoorde daarop tot de verliezers. [141]

Toen slokte de vis hem op en hij verweet zichzelf. [142]

En als hij niet tot degenen die de Glorie van Allah prezen behoord had. [143]

Zou hij zeker in zijn buik zijn gebleven, tot de Dag waarop zij worden opgewekt. [144]

Toen wierpen Wij hem eruit, op een kale vlakte, en hij was ziek. [145]

En Wij deden over hem een boom groeien met veel bladeren. [146]

En Wij zonden hem naar een honderdduizendtal (volgelingen) of meer. [147]

Daarop geloofden zij en Wij schonken hun genietingen, voor een bepaalde tijd. [148]

Vraag hen (de ongelovigen), of voor jouw Heer de dochters zijn en voor hen de zonen. [149]

Hebben Wij de Engelen als vrouwen geschapen en waren zij getuigen? [150]

Weet dat zij wegens hun verzonnen leugens zeker zullen zeggen: [151]

"Allah heeft kinderen verwekt." Voorwaar, zij zijn zeker leugenaars. [152]

Heeft Hij dochters verkozen boven zonen? [153]

Wat is er met jullie? Hoe beoordelen jullie? [154]

Laten jullie je dan in iet vermanen? [155]

Of beschikken jullie over een duidelijk bewijs? [156]

Brengt dan jullie boek, als jullie waarachtigen zijn! [157]

En zij verzinnen verwantschap tussen Hem en de Djinn's. En voorzeker, de Djinn's weten dat zij de voorgeleiden zullen zijn. [158]

Heilig is Allah boven wat zij toeschrijven. [159]

Behalve de dienaren van Allah die Hem zuiver aanbidden. [160]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 141-160 van 182