الذاريات

De Schiftende Winden

Adh-Dhāriyāt

Hoofdstuk: 51
Verzen: 60

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 51
Verzen 1-20 van 60

Houd voortgang bij!

Inloggen

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ

In naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle

Bij de winden die doen opwaaien. [1]

Bij de wolken die een zware last dragen. [2]

Bij de schepen die gemakkelijk voortdrijven. [3]

Bij de verdelers (de Engelen) die volgens een verordening verdelen. [4]

Voorwaar, wat jullie is aangezegd zal zeker bewaarheid worden. [5]

En voorwaar, de (Dag der) Opstanding zal zeker plaatsvinden. [6]

Bij de hemel met zijn banen (van sterren en planeten). [7]

Voorwaar, jullie standpunt (tegenover de Profeet en de Koran) wisselt. [8]

Degene die ervan afgewend wordt, die wordt belogen. [9]

Verdoemd zijn de leugenaars! [10]

Degenen die in achteloosheid verkeren. [11]

Zij vragen: "Wanneer is de Dag van de Opstanding?" [12]

Op die Dag zullen zij in de Hel verbrand worden. [13]

(De bewaker van de Hel zegt:) "Proeft jullie bestraffing. Dit is waar jullie de bespoediging van vroegen." [14]

Voorwaar, de Moettaqôen verblijven in Tuinen en bij bronnen (in het Paradijs). [15]

Zij nemen wat hun Heer hun geeft. Voorwaar, zij behoorden voorheen tot de weldoeners. [16]

Zij plachten gedurende de nacht weinig te slapen. [17]

En in de laatste uren van de nacht smeekten zij om vergeving. [18]

En van hun bezittingen was een rechtmatig deel voor de bedelaar en voor degene die zich weerhield van bedelen. [19]

En op de aarde zijn Tekens voor de overtuigden. [20]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 1-20 van 60