الذاريات
De Schiftende Winden
Adh-Dhāriyāt
Vertaler: Sofian S. Siregar
Taal: Nederlands
Bron: tanzil.net/trans
Houd voortgang bij!
InloggenEn ook in jullie zelf, zien jullie dan niet? [21]
En in de hemel is jullie voorziening, en wat jullie is beloofd. [22]
Bij de Heer van de hemel en de aarde: voorwaar, het is zeker waar, zo waar als (het feit) dat jullie spreken. [23]
Heeft de geschiedenis van de geëerde gasten van Ibrahîm jou bereikt? [24]
Toen zij bij hem kwamen, zeiden zij: "Vrede!" Hij zei: "Vrede!", (en hij dacht bij zichzelf:) "Onbekend volk." [25]
Hij ging toen vlug naar zijn familie en bracht een geroosterd kalf. [26]
Hij plaatste het daarop vóór hen, en zei: "Eten jullie het niet?" [27]
(Maar zij wilden niet eten.) Toen voelde hij angst voor hen. Zij zeiden: "Wees niet bang." En zij verkondigden hem de verheugende tijding over (de geboorte van) een verstandige jongeling (Ishâq). [28]
Zijn vrouw kwam schreeuwend naar voren, en zij sloeg zich in haar gezicht, en zei: "Ik ben een oude, onvruchtbare vrouw!" [29]
Zij zeiden: "Zo heeft jouw Heer gesproken: voorwaar, Hij is de Alwijze, de Alwetende." [30]
Hij (Ibrâhîm) vroeg: "Wat is jullie boodschap, O gezanten?" [31]
Zij zeiden: "Voorwaar, wij zijn gezonden naar een volk van misdadigers. [32]
Opdat wij stenen van klei op hen neerzenden. [33]
Die zijn gekenmerkt bij jouw Heer, voor de overtreders." [34]
Toen deden Wij degenen die daar tot de gelovigen behoorden vertrekken. [35]
Maar Wij troffen daar slechts één huis van degenen die zich (aan Allah) overgegeven hadden aan. (het huis van Lôeth) [36]
En Wij lieten daar een Teken achter voor degenen die de pijnlijke bestraffing vreesden. [37]
En ook in (de geschiedenis van) Môesa toen Wij hem naar Fir'aun zonden met een duidelijk bewijs. [38]
Hij (Fir'aun) wendde zich af met zijn gevolg, en hij zei: "(Hij is) een tovenaar, of een bezetene!" [39]
Daarop grepen Wij hem en zijn legers en wierpen hen in de zee. En hem (Fir'aun) trof de blaam. [40]