القلم

De Pen

Al-Qalam

Hoofdstuk: 68
Verzen: 52

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 68
Verzen 21-40 van 52

Houd voortgang bij!

Inloggen

Toen riepen zij tot elkaar in de ochtend. [21]

"Gaat deze ochtend naar jullie akkers, als jullie van plan zijn om te oogsten." [22]

Zo vertrokken zij, terwijl zij naar elkaar fluisterden. [23]

(Zij zeiden:) "Laat er deze dag geen enkele arme bij jullie binnengaan." [24]

En zij vertrokken die ochtend, vastbesloten om (de armen) te weren. [25]

Maar toen zij haar (de tuin) zagen, zeiden zij: "Voorwaar, wij zijn zeker dwalenden. [26]

Wij zijn zelfs beroofd." [27]

De meest wijze onder hen zei: "Heb ik jullie niet gezegd dat jullie de Glorie (van Allah) hadden moeten prijzen!" [28]

Zij zeiden: "Heilig is onze Heer: voorwaar, wij waren onrechtvaardig." [29]

Toen keerde de ene groep zich tegen de andere, elkaar verwijten makend. [30]

Zij zeiden: "Wee ons! Voorwaar, wij waren buitensporig. [31]

Hopelijk zal onze Heer ons een betere (tuin) in de plaats van deze geven: voorwaar, wij hopen vurig (op vergeving) van onze Heer." [32]

Zo was de bestraffing. En de bestraffing in het Hiernamaals is zeker groter, als zij het zouden weten! [33]

Voorwaar, voor de Moettaqôen zijn er bij hun Heer Tuinen van gelukzaligheid (het Paradijs). [34]

Zullen Wij hen die zich aan Allah hebben overgegeven net zo behandelen als de misdadigers? [35]

Wat is er met jullie? Hoe oordelen jullie? [36]

Of hebben jullie een Schrift waar jullie in kunnen studeren? [37]

Waar waarlijk voor jullie in is wat jullie kiezen? [38]

Of hebben jullie een verdrag met Ons dat tot aan de Dag der Opstanding geldt, dat er waarlijk voor jullie is wat jullie oordelen? [39]

Vraag hun wie van hen daarvoor verantwoordelijk is. [40]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 21-40 van 52