الأعراف
De Kantelen
Al-Aʿrāf
Vertaler: Sofian S. Siregar
Taal: Nederlands
Bron: tanzil.net/trans
Houd voortgang bij!
InloggenOver deze steden geven Wij jou (O Moehammad) berichten. En voorzeker, hun Profeten waren tot hen gekomen met de duidelijke bewijzen. Maar zij waren niet zo dat zij geloofden in wat zij voorheen loochenden. Zo vergrendelt Allah de beden van de ongelovigen. [101]
En Wij troffen de meesten van hen aan als mensen die zich niet aan een verbond hielden. En de meesten van ben troffen Wij zeker aan als zwaar zondigen. [102]
Vervolgens zonden Wij na hen Môesa met Onze Tekenen tot Fir'aun en zijn vooraanstaande volgelingen, waarop zij deze in hun onrechtvaadigheid verwierpem. Aanschouw dan hoe het einde was van de verderfzaaiers. [103]
En Môesa zei: "O Fir'aun, voorwaar, ik ben een Boodschapper van de Heer der Werelden. [104]
Het is mij verplicht dat ik over Allah niets dan de Waarheid zeg. Waarlijk, ik ben tot jullie gekomen met een duidelijk Teken van jullie Heer, stuur de Kinderen van breel daarom met mij mee." [105]
Hij (Fir'aun) zei: "Als jij met een Teken bent gekomen, kom er dan mee, als jij tot de waarahtigen behoort." [106]
Toen wierp bij (Môesa) zijn staf, en toen werd deze een duidelijke slang. [107]
En bij haalde zijn hand tevoorschijn, en toen werd deze witstralend voor de toeschouwers. [108]
De vooraanstaanden van Fir'aun's volk zeiden: "Voorwaar, dit is een kundige tovenaar! [109]
Hij wil jullie uit jullie land verdrijven!"' (Fir'aun vroeg:) "Wat raden jullie aan?"' [110]
Zij zeiden: "Geef hem en zijn broeder uitstel, en stuur verzamelaars naar de steden. [111]
Opdat zij alle vaardige tovenaars tot u brengen. [112]
En de tovenaars kwamen tot Fir'aun, zij zeiden: "Voorwaar, is er voor ons zeker een beloning als wij de winnaars zijn." [113]
Hij (Fir'aun) zei: "Ja, en voorwaar, jullie zullen tot de nabijen behoren." [114]
Zij zeiden: "O Môesa, wep jij (eerst) of werpen wij?" [115]
Hij zei: "Werpt." Toen zij dan wierpen, betoverden zij de ogen van de mensen en joegen hen angst aan met geweldige tovenarij. [116]
En Wij openbaarden aan Môesa: "Werp jouw staf!" En toen verslond deze wat zij met hun bedrog hadden gemaakt. [117]
Toen werd de Wacheid duidelijk, en bleek wat zij (de tovenaars) plachten te doen valsheid te zijn. [118]
Zij werden daar verslagen, en zij keerden vernederd terug. [119]
En de (tot inkeer gekomen) tovenaars wierpen zich (als in de shalât) neer. [120]