الشعراء

De Dichters

Ash-Shuʿarāʾ

Hoofdstuk: 26
Verzen: 227

Vertaler: Sofian S. Siregar

Taal: Nederlands

Bron: tanzil.net/trans

Hoofdstuk 26
Verzen 201-220 van 227

Houd voortgang bij!

Inloggen

Zij zullen er niet in geloven totdat zij de pijnlijke bestraffing zien. [201]

Die plotseling tot ben zal komen, terwijl zij het niet beseffen. [202]

Dan zeggen zij: "Krijgen wij uitstel?" [203]

Vragen zij dan dat Onze bestraffing bespoedigd wordt? [204]

Wat denk jij dan, als Wij hun (enige) jaren laten genieten? [205]

En daarop tot hen komt wat beloofd was? [206]

Het zal hun niet baten, wat hun aan genot gegeven was. [207]

En Wij hebben geen stad vernietigd zonder dat er voor haar waarschuwers waren geweest. [208]

Als een waarschuwing: en Wij weren geen onrechtvaardigen. [209]

En hij (de Koran) is niet door de Satans neergedaald. [210]

Het past hun niet en zij zijn er niet toe in staat. [211]

Voorwaar, van het horen (ervan) zijn zij zeker buitengesloten. [212]

Roept dus geen andere goden naast Allah aan, anders zal jij tot de bestraften behoren. [213]

En waarschuw jouw naaste familieleden. [214]

En wees bescheiden eva nederig tegenover de gelovigen die jou volgen. [215]

En als zij jou dan ongehoorzam zijn, zeg dan: "Ik ben onschuldig aan wat jullie doen." [216]

En vertrouw op de Almachtige, de Meest Barmhartige. [217]

Degene Die jou ziet als jij staat (te bidden). [218]

En jouw bewegingen (ziet) onder de knielenden. [219]

Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alwetende. [220]

Houd voortgang bij! Inloggen
Verzen 201-220 van 227