الشعراء
De Dichters
Ash-Shuʿarāʾ
Vertaler: Sofian S. Siregar
Taal: Nederlands
Bron: tanzil.net/trans
Houd voortgang bij!
InloggenEn geen boezemvriend. [101]
Was er voor ons maar een weg terug, dan zouden wij tot de gelovigen behoren." [102]
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn ongelovigen. [103]
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige. [104]
Het volk van Nôeh loochende de Boodschappers. [105]
(Gedenk) toen hun broeder Nôeh tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet? [106]
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper. [107]
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij. [108]
Ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden. [109]
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij. [110]
Zij zeiden: "Zouden wij jou volgen, terwijl de meest nederigen jou volgen?" [111]
Hij (Nôeh) zei: "En ik heb geen kennis over wat zij deden. [112]
Hun afrekening is slechts bij mijn Heer, als jullie het maar zouden beseffen. [113]
Ik zal de gelovigen zeker niet wegjagen. [114]
Ik ben slechts een duidelijke waarschuwer." [115]
Zij zeiden: "Als jij er niet mee ophoudt, O Nôeh, dan behoor jij tot degenen die gestenigd worden!" [116]
Hij (Nôeh) zei: "Mijn Heer, voorwaar mijn volk loochent mij. [117]
Spreek daarom een oordeel uit tussen mij en hen. En red mij en de gelovigen die met mij zijn." [118]
Toen redden Wij hem en degenen die met hem in het beladen schip waren. [119]
En vervolgens verdronken Wij degenen die achterbleven (in de zondvloed). [120]