الشعراء
De Dichters
Ash-Shuʿarāʾ
Vertaler: Sofian S. Siregar
Taal: Nederlands
Bron: tanzil.net/trans
Houd voortgang bij!
InloggenVoorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen. [121]
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige. [122]
Het volk van de 'Âd loochende de Boodschappers. [123]
(Gedenk) toen hun broeder Hôed tot hen zei: "Vrezen jullie Allah niet? [124]
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper. [125]
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij. [126]
En ik vraag jullie er geen beloning voor, want mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden. [127]
Zouden jullie op elke heuvel een gebouw bouwen om jullie te vermaken? [128]
En bouwen jullie paleizen in de hoop dat jullie eeuwig leven? [129]
En als jullie toeslaan, slaan jullie toe als geweldenaars. [130]
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij. [131]
En vrom Hem Die jullie dat geschonken heeft waarover jullie weten. [132]
En Hij Die jullie vee en zonen schenkt. [133]
En tuinen en bronnen. [134]
Voorwaar, ik vrees voor jullie een bestraffing op de geweldige Dag." [135]
Zij zeiden: "Voor ons is het hetzelfde of jij ons waarschuwt of dat jij niet tot de waarschuwers behoort. [136]
Dit is slechts een gewoonte van de vroegeren. [137]
En wij zullen niet behoren tot hen die gestraft worden." [138]
Maar zij loochenden hem, dus vernietigden Wij hen. Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen waren gew gelovigen. [139]
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige. [140]